Commerciële en centrale banken investeren enorm in goud, daar het ‘de meest veilige’ investering is. Onvoorstelbare hoeveelheden tonnen goud liggen structureel in banken zodat de economie van het Noorden een vrij veilige reserve heeft om op terug te vallen in mindere tijden. Wereldwijd werd er in 2010 voor 73 ton aan goud ingeslagen in de officiele sector, een kentering van een lange periode van goudverkoop. De Belgische centrale bank bezat in 2010 een goudvoorraad van 227 ton. Maar welke impact is er in de geschiedenis van goud al niet op het Zuiden aangericht om te proberen een enigzins stabiele situatie in het Noorden te creëren?
Daarbij komt nog eens dat de commerciële banken investeringsmogelijkheden in mijnbouwmultinationals promoten bij klanten als één van de veiligste en interessantste investeringen.
Het is waarschijnlijk niet realistisch om goud weg te denken als een financieel appeltje voor de dorst. We willen vooral het middenveld en de consument overtuigen van het belang om te investeren in projecten die duurzamer zijn dan goudmijnbouw.
Zelfs de Wereldbank en de EU maken zich schuldig aan investeringen die belanden in kwalijke mijnbouwprojecten. De Montani Copper Mine in Zambia kreeg van de Europese Investeringsbank (EIB) een lening van 48 miljoen euro, ter bevordering van de ontwikkeling van Zambia. Terwijl de mijn vooral desastreuze voor het milieu heeft en kritiek krijgt op haar zwak sociaal beleid. De Wereldbank investeerde miljoenen in een geasfalteerde weg naar de beruchte Marlin mijn in Guatemala. De weg die door enkele dorpen loopt en dagelijks door vele zware vrachtwagens bereden wordt, is verantwoordelijk voor grote scheuren in de muren van aan de weg gelegen woningen.
Het investeringsdiscours in goud is deels gebaseerd op imago en mythe, door historische omstandigheden is goud altijd al het slachtoffer geweest van door ‘goudkoorts’ verblinde hebzucht. Dit imago is deels bepalend voor de huidige rol van goud in de financiële wereld, goud is bijvoorbeeld op lange termijn veel minder rendabel dan aandelen en de goudprijs stijgt ook niet langzaam en gestaag. We begeven ons nu in een periode waarin de goudprijs enorm gestegen is. Dit was in de jaren ’80 ook (in mindere mate) het geval, in de nasleep was het slechts een desillusie voor de door goudkoorts bezeten beleggers die de goudprijs zagen dalen en zo’n 25 jaar lang op een stil niveau bleef steken.
De rol van de financiële wereld moet absoluut niet worden onderschat in de context van de goudproblematiek. Goud is het afgelopen decennium een uitmuntende investering gebleken nu de prijs als een raket de lucht in is geschoten. Goud is in tijden van crisis; situatie in het Midden-Oosten, Eurocrisis, groeimarkten in Azië etc. een veilige uitweg. Daarom zullen mensen zonder dat er een vergelijkbaar alternatief is, altijd in goud blijven investeren. Hiermee zal de financiële wereld altijd een stakeholder bij (mijnbouw)problematiek blijven.
