Ondenkbare feiten van het mijnbouwproject Conga


Getuigenissen van een Peruaanse mensenrechtenadvocate en een Peruaanse mijnbouwingenieur

 

Of je de situatie nu bekijkt vanuit een sociaal of vanuit een technisch perspectief, voor de advocate Mirtha Vásquez en de ingenieur Reinaldo Rodríguez Cruzado is één ding zeker, het plan voor de ontginning van de Conga mijn zoals het er nu ligt, is onverantwoord en mag geen doorgang vinden. Het stelt goud boven water en de uitvoer zal drastische onomkeerbare sociale en ecologische gevolgen hebben. Twee weken lang gaven deze twee Peruaanse gastsprekers een tour van lezingen, informatieavonden, lobbyvergaderingen en workshops door België. Ze vertelden over hun eigen ervaringen en onderzoeken met betrekking tot de uitbreiding van de Yanacocha goudader in het noorden van Peru. Om een idee te geven hoe het project er nu voorstaat en wat de argumenten van de gastsprekers zijn, heeft ‘GOUD:EERLIJK?’ een samenvatting gemaakt die de verschillende perspectieven op het conflict zal weergeven.  

 

Inleiding

De Yanacocha mijn is de grootste goudader van Latijns-Amerika en de tweede grootste van de wereld. De mijn is genoemd naar het meer dat daar in 1992 nog bestond, maar nu na jarenlange ontginning een kale oppervlakte met een enorme krater is. Voor het Conga project zullen er nog eens 4 meren uit de regio Cajamarca verdwijnen. Op dit moment is het gebied wat nog niet door de Yanacocha mijn is aangetast erg vruchtbaar en bovendien bevat het rijke visgronden. De lokale bevolking verkiest dit boven goud en protesteert hevig tegen de komst van het nieuwe mijnproject. De gevolgen van de mijnbouw op de gronden, waterreservoirs, reserves en grondwater zullen namelijk nauwelijks te overzien zijn. De Yanacocha mijn heeft 20.000 hectare land aangetast, Conga zal nog eens 18.000 hectare land aantasten in de eerste 17 jaar. Als alle kleine nevenprojecten van de Yanacocha mijn hierbij gerekend worden zal in totaal 150.000 hectare land aangetast, of beter gezegd vernietigd, worden. Het project zal in totaal 1.085.000.000 ton erts verplaatsen. Uit deze kraters zullen in totaal meer dan 3,1 miljard ton koper, 328 ton goud en 504 miljard ton onbruikbaar restmateriaal komen: dit komt neer op 8% bruikbare mineralen en 92% afval en 0,72 gram goud per ton afgegraven erts.

 

Invloeden van buitenaf

Momenteel ligt de regio Cajamarca voor 50% onder concessies. Dit betekent dat de Peruaanse regering haar soevereiniteit over bepaalde stukken land voor langere tijd heeft gegeven aan multinationale bedrijven. Dit geldt niet alleen voor ontginningsactiviteiten, maar bijvoorbeeld ook voor petroleum of houtkap. Als deze projecten allemaal effectief zouden doorgaan, wordt het gebied compleet onleefbaar. Bovendien is de grond die onder concessie ligt natuurlijk niet leeg, hier wonen mensen, die voornamelijk van de landbouw leven. Waar moeten deze mensen naartoe en hoe kunnen ze voor hun inkomen zorgen als ze niet meer aan landbouw kunnen doen?  De concessies zijn voor een groot deel in handen van buitenlandse bedrijven. De afgelopen jaren hebben zich al tientallen bedrijven in de streek gevestigd, deze bedrijven zijn onder andere afkomstig uit China, Brazilië, Canada, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Het Conga project zal uitgevoerd worden door het samenwerkingsverband tussen Buenaventura (Peru), Newmont Mining (VS) en De Wereldbank (5%).

 

Openpitmijnbouw en gevaarlijke stoffen

Voor het Conga project moest er een studie ingeleverd worden over de precieze plannen en de impact ervan. Hiervoor is in 2010 een milieu-impact rapport ingediend en goedgekeurd. Reinaldo Rodríguez en zijn collega’s hebben dit 10.000 pagina’s tellende rapport echter bekeken en geconcludeerd dat het inconsistent en incompleet is.

Het Conga project betreft een vorm van mijnbouw die openpitmijnbouw wordt genoemd. Men start met het uitgraven van de ertsen die goud bevatten in de oppervlakte, zo ontstaat er een diepe, trapvormige mijnbouwkrater. De diameter van zo’n uitgegraven krater kan oplopen tot drie kilometer en sommige kraters zijn meer dan een kilometer diep. De tweede stap in de goudontginning, na het afgraven, is het verpulveringsproces waarbij de ertsen vermalen worden. Omwille van het gigantische energieverbruik is deze fase de meest kostelijke. Het zorgt tevens voor een uitstoot van fijn stof en zware metalen in de lucht. Na het verpulveren worden de ertsen op grote hopen gestort en worden ze besproeid met een cyanideoplossing. Door middel van het industriële mijnproces heap leaching (lixiviation) wordt er een serie van chemische reacties opgewekt die ervoor zorgen dat bepaalde edele metalen zoals koper, uranium en ook goud door de cyanideoplossing worden geabsorbeerd en uit het erts gescheiden worden. De cyanide oplossing die gouddeeltjes(de pregnant solution) bevat, wordt dan weer uit elkaar gehaald met actief kool. Het goud blijft daarna cyanidevrij achter. Cyanide is niet gevaarlijk als de pH waarde (zuurtegraad) tussen de 10 en 11.5 ligt. Wanneer de pH waarde echter daalt naar 9.9 wordt het een bijtend zuur, dit gebeurt wanneer de cyanide zich bindt met broom of andere stoffen en het een complexe samenstelling wordt. Cyanide is onzichtbaar, je kunt het noch proeven noch ruiken. Omdat cyanide het zuurstoftransport naar de cellen verstoort is de inhalatie of absorptie van minder dan 1 gram cyanide reeds dodelijk voor de mens. Op dit moment is er nog geen milieuvriendelijke oplossing dat als alternatief kan dienen voor dit cyanideproces en worden er bij openpitmijnbouw nog tonnen gebruikt. In Europa is er in 2010 een resolutie aangenomen die deze techniek verbied, hierin verzoeken de Europese Commissie en de lidstaten bovendien om, zolang het algehele verbod nog niet van kracht, direct noch indirect steun te verlenen aan mijnbouwprojecten zowel binnen als buiten de EU die van deze cyanidetechnologie gebruikmaken. Helaas is hier in de praktijk nog weinig van terug te zien en blijft het verbod voorlopig alleen gehandhaafd binnen de EU.

Tijdens het opgraven van de ertsen vindt men niet alleen goud in de krater, maar ook zware metalen zoals lood, arseen, kwik, chroom en zink. Deze oxideren zodra ze in contact komen met zuurstof en komen dan via het grondwater en luchtcirculatie in het milieu terecht. Deze zure drainage kan de zuurtegraad van het water rond een mijnbouwproject tot onder een pH-waarde 3 brengen. Zelfs nadat een mijn al is gesloten, kan het proces van zure drainage nog jaren doorgaan. Dit kan zorgen voor ernstige bodemdegradatie, waardoor er rond de mijnen veel plantensterfte en ontbossing plaatsvindt. Maar dit is nog niet alles, tijdens het ontginningsproces wordt er namelijk ook nog met de toxische stof kwik gewerkt. In 2000 lekte een vrachtwagen van de mijn een lading van 150 kg kwik, waardoor meer dan 900 inwoners van een lokale gemeenschap van Choropampa vergiftigd werden.

In het rapport worden vele van deze feiten niet vernoemd, er wordt bijvoorbeeld niet gemeld dat vele belangrijke waterbassins zullen verdwijnen. Daarbij zullen volgens het officiële rapport er twee openpitmijnen komen waar in totaal negentien jaar in gewerkt zal worden, uit de analyse van Reinaldo Rodríguez blijkt dit echter niet waar te zijn, in werkelijkheid zullen ze namelijk op vijf verschillende plekken te werk gaan. De overige drie plekken zitten dus niet in het rapport en de ecologische impact van deze projecten is ook niet meegerekend. Bovendien betekent dit dat er niet negentien jaar lang mijnbouwwerkzaamheden in dit gebied zullen plaatsvinden, maar 50 jaar. De vervuiling van water en natuur zullen onomkeerbaar zijn.

 

De gevolgen voor de waterhuishouding

Zoals net al gezegd zullen er vele belangrijke waterbassins in de omgeving verdwijnen. Volgens Reinaldo Rodríguez zijn de gevolgen van mijnactiviteiten voor het landbouwwater en drinkwater zijn enorm en zijn op te delen in: waterschaarste, oppervlakte en- grondwatervervuiling, uitdroging en verzilting.

Waterschaarste

Per gram goud wordt er meer dan 10.000 liter zuiver water gebruikt. Dit gaat ten koste van de lokale watervoorraad waar ook de bevolking van afhankelijk is voor haar dagelijks leven (drinken, eten, koken, wassen, water voor het vee, voor de planten, etc.). In 2008 beloofde het mijnbouwbedrijf Yanacocha het reservoir San José te vullen als waterbevoorrading, ter compensatie voor het verdwenen meer. Dit reservoir werd echter nooit helemaal gevuld en vanaf 2010 staat hij zelfs helemaal leeg. De ervaring leert dat zulke reservoirs niet worden onderhouden door de bedrijven. Het probleem is dat het reservoir dichtbij de mijn ligt, door boringen en schokken in de mijn is hierdoor ook het reservoir gebarsten. Het water loopt weg en mengt zich met het vervuilde grondwater dat zware metalen bevat. Voor het Congaproject plant het mijnbedrijf ook een reservoir aan te leggen, maar het voorbeeld van San José toont dat dat plan niet realistisch en haalbaar is. De Yanacochamijn beloofde zuiver water aan de omwonenden, maar in plaats van helder rivierwater kregen ze behandeld water dat niet geschikt is voor menselijke consumptie.

Grondwatervervuiling

Al de neerslag die in de bergen valt, kan twee dingen doen: enerzijds van de helling naar beneden glijden en anderzijds opgenomen worden door de helling. Hoeveel water er in de rots dringt, hangt af van de waterdoorlaadbaarheid. Er zijn verschillende niveaus en variabelen. Normaal gezien loopt 40% van de neerslag langs de rotsen naar beneden. 10 à 20% van het water dat langs de rots loopt, wordt opgenomen door de rots op de plekken waar deze gebroken is, het gaat hierbij dus om een secundaire doorlaatbaarheid: het water dringt door de spleten en niet door de rotsen.

Oppervlaktewater

Het volledige gebied rondom de Yanacocha mijn is vernietigd en geomorfologisch kapot. De cyanideoplossing met de gouddeeltjes er nog in gaat door verschillende processen. Het komt als eerste in een bassin terecht waar de goudendeeltjes van de cyanideoplossing worden gescheiden, het water stroomt dan door naar het volgende bassin. Daar wordt het water zogenaamd gepurificeerd en stroomt het in het derde bassin. Zoals op de foto te zien heeft het water hier ook nog steeds een donkerbruine kleur en bevat geen goud meer, maar nog steeds nog wel zware metalen. De rivieren, zoals de Rio Grande, die van de Yanacocha mijn komen zijn vervuild omdat dit water van de mijn in de rivieren wordt gedumpt, met als gevolg dat de rivier nu weinig tot geen vissen of ander waterleven meer bevat. Het vervuilde (grond)water mengt zich met het rivierwater en zakt af uit de hoger gelegen gebieden naar de lagergelegen stad Cajamarca. Op deze manier krijgt de bevolking het vervuilde water binnen. Dit kan allerlei gezondheidsproblemen tot gevolg hebben, zoals huidontstekingen, problemen van de luchtwegen en verlammingen.

In tegenstelling tot de informatie dat in het milieu-impact rapport wordt gegeven en waar het mijnbedrijf beweert maar twee meren te zullen vernietigen, beweren geologen en hydrologen dus dat door de geplande mijnactiviteiten 7 meren zullen verdwijnen: de hele watervoorraad waar de lokale bevolking van de stad Cajamarca afhankelijk is. Bovendien zullen er boven de 3500 meter geen stromen of rivieren meer overblijven, omdat deze allemaal de open pits in zullen stromen (de zogenoemde wet van de communicerende vaten). Dit betekent dat meer dan 700 waterbronnen zullen verdwijnen, waar niet alleen boeren maar ook moerassen en veengebieden, die deel zijn van een kwetsbaar ecosysteem, van afhankelijk zijn. Het gebied zal dus volledig uitdrogen en verzilten.

 

De valse belofte van economische ontwikkeling

De mijnbouwbedrijven beloven ontwikkeling te brengen tot de streek, ze beloven welvaart te brengen en de lokale economie te stimuleren, maar in de praktijk zien we het tegendeel. Hoewel de regering en de bedrijven het project als een investering voor het land voordoen, weet de lokale bevolking wel beter. Peru heeft reeds een lange ervaring met dit soort projecten en zij hebben van dichtbij gezien dat ondanks de beloftes het tot nu toe altijd negatief uitdraaide voor de bevolking. De lokale bevolking verkiest de toegang tot water boven de projecten. In Cajamarca liggen miljarden aan investeringen voor het onttrekken van natuurlijke hulpbronnen: alleen Conga al heeft 4,5 tot 4,8 miljard dollar aan investeringen opgebracht. Conga is slechts één van de acht grote projecten in de regio, om niet te beginnen over de talloze kleinere projecten. Eén ons goud produceren kost 110 Amerikaanse dollar, terwijl het verkocht kan worden voor 1800 Amerikaanse dollar. Doordat de productiekost nagenoeg een constante blijft, maar de goudprijs blijft stijgen, stijgen de winstmarges van het bedrijf exponentieel. Heel wat studies hebben echter reeds de link aangetoond tussen mijnbouwactiviteiten en armoede. We noemen dit de grondstoffenvloek, ‘arme boer op zijn gouden troon’; een land dat rijk is aan grondstoffen maar ondertussen arm blijft. Dit gebeurt omdat 98,3% van de winst van de mijnbouwbedrijven mee gaat naar het mondiale noorden, slechts 1,7% blijft in Peru achter en gaat grotendeels naar de regering. Om deze verdeling in stand te houden en om ervoor te zorgen dat Europese bedrijven in dit soort projecten blijven investeren, tekende de Peruaanse regering het vrijhandelsakkoord met Europa dat op 1 maart 2013 van kracht is gegaan. We zien hier dat kolonialisme nog steeds doorgaat, nog steeds wordt het goud (en andere grondstoffen) in het Zuiden weggenomen en meegenomen naar het noorden terwijl de lokale bevolking in armoede en met de negatieve gevolgen achterblijft.

Bovendien beweert de regering dat mijnbouw een voordeel voor de bevolking met zich meebrengt in de vorm van werkgelegenheid. In tegenstelling tot het officiële rapport dat beweert 6000 mensen te werk te stellen, zullen er maximaal 1160 mensen in dienst komen. Mensen die in andere sectoren werken zullen er juist onder lijden. Voordat Ollanta Humala verkozen werd, beweerde hij tegen het Conga project te zijn. Tijdens zijn campagnetour vroeg hij de bevolking of ze water of goud wilden. Logischerwijs koos de bevolking voor water. Ollanta Humala antwoordde hierop dat de bevolking gelijk had aangezien je goud niet kunt eten. Hij pleitte voor de bescherming van natuurlijke rijkdommen en het opleggen van restricties aan de mijnbouwbedrijven. Eenmaal aan de macht heeft hij zijn discours echter veranderd. Hoewel in de praktijk het tegendeel blijkt, beweert hij dat het mogelijk is om én water én goud te hebben. De reden dat Humala toch voor de mijnbouwbedrijven kiest wordt mede-beïnvloed door het feit dat Fujimori in de jaren negentig een wet heeft geïntroduceerd die grote bedrijven stabiliteit garandeert op sociaaleconomisch vlak. Bijna alle grote bedrijven die zich sinds die tijd in Peru hebben gevestigd hebben zo’n contract dat hen praktisch vrij laat te doen wat ze willen. De corruptie in Peru daar bijgeteld, geeft de mijnbouwbedrijven een zeer sterke onderhandelingspositie.

 

Onleefbare situatie dwingt tot migratie

In Peru bestaat er een wet die bepaalt dat mijnbedrijven grond van mensen mogen afnemen als ze dit weigeren te verkopen. Dit op voorwaarde dat ze het later weer teruggeven, een soort bruikleensysteem dus. Nadat de grond voor mijnbouw is gebruikt, is deze echter totaal verwoest en niet meer bruikbaar voor landbouw. Mensen hebben dus geen andere keuze dan te vertrekken. Helaas krijgen ze zo weinig geld voor hun land, dat ze er geen nieuw land van kunnen kopen. Doordat de staat geen oplossing biedt in de vorm van een nieuwe woonplaats, gaan mensen vaak in de stad wonen waar ze een arm bestaan leiden. Op sommige plekken dichtbij de mijnen, wonen er daarentegen nog wel mensen die geen geld hebben en daarom geen kans zien om te verhuizen, of die onwetend zijn over de enorme vervuiling en de gevolgen ervan op hun gezondheid die de nabije mijnen met zich meebrengen. Het psychosociale aspect wordt door de bedrijven en de staat totaal niet in overweging genomen, namelijk dat mensen in deze streken vaak een enorme verbondenheid voelen met het land waar ze leven: dit is het land van hun voorouders. Als ze gedwongen worden te verhuizen, voelen ze zich alsof ze een deel van hun ziel verliezen, wat onder andere depressies tot gevolg heeft. Het onderliggende probleem is dat de ideeën over ontwikkeling van de verschillende partijen enorm uiteenlopen. De bedrijven hebben vaak een kortetermijnvisie en zien ontwikkeling als de accumulatie van geld. Deze vorm van ontwikkeling gaat echter altijd ten koste van de ander en is niet houdbaar op lange termijn. De bevolking van Cajamarca die tegen de komst van de mijn protesteren, zijn zich hiervan bewust. Ze zijn niet tegen ontwikkeling en zijn zich meer dan wie dan ook bewust van hun armoede, maar tegelijkertijd zien ze ook dat deze armoede mede veroorzaakt wordt door de komst van de mijnbouwbedrijven en de destructie van hun landbouwgronden. Bovendien vinden ze het belangrijk dat hun kleinkinderen over 50 jaar ook nog op het land zullen kunnen werken. Als de mijnbouwbedrijven zo doorgaan zullen de landbouwgronden over 50 jaar echter totaal vernietigd zijn en zal er in de regio geen water meer zijn.

 

Sociale protesten en repressie

Rondom het komende Conga project is een groot sociaal conflict ontstaan. Als we de kaart met uitgeleende concessies in Cajamarca op de kaart leggen van de sociale conflicten in de regio, zien we dat dit 100% overeenkomt. Waar er mijnbouw is, zijn er ook sociale conflicten. Momenteel zijn er al 18 plaatsen binnen Cajamarca met grote sociale conflicten, er zijn echter nog 9 nieuwe mijnbouwprojecten gepland. Het antwoord van de regering op deze protesten is duidelijk: algemene repressie. De politie en het leger worden ingeschakeld om deze protesten brutaal te onderdrukken. De regering past wetten en normen aan om het sociaal protest te criminaliseren. Dit heeft het nu mogelijk gemaakt om sociaal protest als afpersing te bestraffen, waardoor een demonstrant tot 25 jaar cel kan krijgen. Bovendien worden veel van de processen tegen de demonstranten in andere regio’s gehouden, wat het voor vele demonstranten onmogelijk maakt om hun tegenwoord te laten horen, ze hebben er vaak de middelen niet voor om naar de andere regio’s te reizen om hun getuigenis in de rechtbank af te leggen. Ook worden de sociale leiders, zij die het milieu en de mens beschermen tegen de invloed van mijnbouwbedrijven, nog eens bedreigd en vervolgd. Door de sociale leiders systematisch aan te vallen, wordt er keer op keer weer duidelijk wie er aan de macht is. De afgelopen tijd zijn er steeds meer bewijzen boven water gekomen dat de regering, politie en mijnbouwbedrijven samenwerken. De politie wordt letterlijk ingehuurd om de particuliere interesses van de mijnbouwbedrijven te beschermen en verdienen daar ook nog eens veel meer aan dan dat ze doen wanneer ze de veiligheid van de burgers proberen te waarborgen. Deze situatie heeft al geleid tot vele schendingen van de mensenrechten. In tegenstelling tot de afgelopen regeringsperiodes, is onder Humala al verschillende keren de noodtoestand afgekondigd in Cajamarca. Dit geeft het leger en de politie de vrije hand, en dus de bescherming van straffeloosheid, de bevolking te onderdrukken. De Peruaanse regering lijkt het dus op een akkoordje te hebben gegooid met de grote bedrijven, een akkoordje met niet al te geringe gevolgen, maar een akkoordje met enorm hoge sociale kosten dat er bovendien voor heeft gezorgd dat de regio Cajamarca volledig is gemilitariseerd. De lokale bevolking vraagt dan ook met aandrang aan de internationale instanties om hen op zijn minst te beschermen wanneer zij opkomen voor hun gronden en watervoorraden en zij niet telkens hun leven moeten riskeren wanneer zij weerstand bieden.

 

Zijn er alternatieven?

Of er daadwerkelijk gesproken kan worden over alternatieven in dit ingewikkelde conflict is de vraag, toch is het belangrijk een aantal dingen onder de aandacht te brengen. Ten eerste doet Grufides, de lokale organisatie waar Mirtha Vásquez voor werkt, de algemene oproep naar mijnbouwbedrijven om verantwoord te ondernemen. Momenteel geven ze de bevolking alleen enkele zoethouders, zo bouwen ze bijvoorbeeld een school, maar ondertussen maken ze het hele gebied onbruikbaar voor landbouw en veeteelt. We zien dat het de bedrijven zijn die de maatschappij leiden en de touwtjes in handen en niet de regering. In een land als Peru waar de staat weinig financiële middelen heeft om de staatskas te vullen zijn alle inkomsten welkom. De mijnbouwbedrijven zouden zich hier meer bewust van moeten zijn, in deze geglobaliseerde economie zouden ze een andere rol moeten aannemen en daadwerkelijk hun verantwoordelijkheid moeten nemen over hun ondernemingen. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) moet niet langer gezien worden als marketingtruc, filosofie of compromis, maar als een grondbeginsel van elke onderneming. Mijnbedrijven zouden hun winstmarges kunnen gebruiken om te investeren in meer milieuvriendelijke technieken en saneringsprogramma’s nadien. De lokale bevolking moet ook geconsulteerd worden en over een vetorecht beschikken als het gaat over de ontginning van hun natuurlijke rijkdommen. De internationale regering moet inzetten op verplichte EIA en wetten installeren die bindend zijn en de mijnbouwactiviteiten aan banden kunnen leggen.

De GOUD:EERLIJK? campagne gaat er bovendien van uit dat het op dit moment vooral belangrijk is de consument in het noorden te sensibiliseren. De consument moet begrijpen dat zijn/haar producten ergens vandaan komen en wat de sociale en ecologische gevolgen zijn van de ontginning die deze producten mogelijk maken. Weg met de huidige struisvogelpolitiek, alles samen kunnen we hoogdringende verandering veroorzaken. We gaan hierbij uit van de ladder van Lansink en leggen dus de eerste prioriteit op minder consumeren. Je kapotte laptop niet gelijk weggooien maar proberen te herstellen en twee keer nadenken of je met het vernieuwen van je abonnement echt wel een nieuwe telefoon nodig hebt. Daarna focussen we ons op recyclage. Dit is de reden waarom we GOUD:EERLIJK? inzamelboxen voor gsm’s hebben geïntroduceerd, je kunt hier je oude, kapotte mobiele telefoon naartoe brengen zodat de gebruikte materialen eruit gehaald kunnen worden en opnieuw kunnen worden gebruikt. Het laatste alternatief is om aan FT&FM (Fairtrade & Fairmined) goud te gebruiken. Dit is een alternatief dat nog in de kinderschoenen staat, maar dat werkt aan de verbetering van de sociale en ecologische omstandigheden van mijnbouw. Bovendien wordt er aangeraden om niet te investeren in mijnbouw of bedrijven die mijnbouw ondersteunen. Door je bank te vragen waar zij jouw geld investeren (en bij hen aan te dringen niet meer in mijnbouw te investeren!) of door een ethische bank te kiezen, zullen de mijnbouwbedrijven langzaamaan worden gedwongen hun manier van werken aan te passen.

 

Tot slot

Hoewel het Conga project momenteel officieel op pauze staat omdat de protesten in het land tegen dit project zo groot werden dat de mijnbouwbedrijven ze niet meer konden negeren, beweren lokale bronnen dat de activiteiten toch onder een meer verduisterde, kleinere vorm gewoon doorgaan. Aangezien de regering op dit moment veel inkomsten van de staatskas als sneeuw voor de zon ziet verdwijnen, wil ze koste wat het kost toch doorgaan met de activiteiten. Maar ook de lokale bevolking geeft niet op, in 2012 was er bijvoorbeeld een Mars voor Water waarin tienduizenden mensen van Cajamarca naar Lima liepen. Hierbij werd duidelijk dat het niet meer om een lokale, maar om een nationale protestbeweging gaat. De regering, die met de mijnbouw op korte termijn geld wil verdienen, voert de druk op bij de mijnbouwbedrijven om te beginnen met de ontginning. Op dit moment is er in Peru veel debat over de Conga mijn. Er wordt over en weer druk gezet. Ook de bevolking raakt steeds meer georganiseerd en vergroot de sociale druk op de overheid. De situatie is dus nog steeds extreem gespannen. Europa is op verschillende manieren medeverantwoordelijk voor dit conflict. Banken zoals de Deutsche Bank investeren in de bedrijven die de mijnbouwprojecten aangaan en is nog steeds het grootste deel van de ontgonnen materialen bestemd voor de Europese markt. De ontginningsactiviteiten zullen zorgen voor de ontheemding van vele mensen en een enorme vervuiling, het zal vele onomkeerbare sociale en ecologische gevolgen hebben. Het is wel duidelijk dat de voordelen bij verre na niet op wegen tegen de nadelen, het Conga project blijft ondenkbaar..