Onder invloed van de mijn ontvangen lokale organisaties en hun leiders fysieke en mentale bedreigingen. Dit gaat gepaard met geweld, moord en verdwijningen. Mijnbouwbedrijven hebben vaak een gewapende privé ‘beveiliging’. Politie en leger kiezen doorgaans om financiële redenen de kant van de mijn en verzaken hierbij hun eigen bevolking te beschermen.
Boerenprotesten en volksbetogingen in Latijns-Amerika laten zich vaak kenmerken door escalaties. Waar overheden vaak kiezen voor het onderdrukken van de publieke opinie ten gunste van een vrije werking voor buitenlandse multinationals, wordt leger en politie vaak ingezet om protest de kop in te slaan.
In 2011 werd bekend dat het Britse bedrijf Monterrico Metals een publiek proces voor het Londense Hooggerechtshof wist af te wenden door het betalen van een schadevergoeding. Drieëndertig Peruaanse families kregen op 21 juli een schadevergoeding betaald voor de misstanden van zes jaar eerder. Bij een boerenprotest tegen een mijnvestiging in Noord-Peru werden betogers gekidnapt en gedurende twee tot drie dagen mishandeld en geïntimideerd. Dit werd uitgevoerd door de Peruaanse politie die werd bijgestaan door het beveiligingsbedrijf van de mijn. Zij voorzagen de politie van touwen en zakken om de kidnapping te realiseren.
Deze gebeurtenis is kenmerkend voor de situatie rondom vele goudmijnen. Omdat de lokale bevolking voornamelijk slachtoffer is van de negatieve effecten van goudmijnbouw, komen zij in opstand. Op hulp van de overheid, justitie en politie kunnen zij doorgaans niet rekenen omdat er vaak sprake is van omkopingspraktijken. Hierdoor kunnen deze overheidsinstanties als marionetten bespeeld worden door de mijnbouwbedrijven. Lokale leiders die zich openbaar uitspreken zijn regelmatig slachtoffer van bedreigingen en fysiek geweld. Door personeel van de mijn zelf of door mijnbouwvriendelijke politie of militaire eenheden.
Op 8 september 2010 stelde president Joseph Kabila in Congo een ban op artisanale mijnbouw in, dit werd op 11 maart 2011 beëindigd. Alle activiteit van artisanale mijnbouwers, handelaars en exportbureaus werd stopgezet, de bedoeling was om de sector te herorganiseren en de financiering van gewapende groepen aan te pakken. Dit resulteerde er echter in dat veel mijnbouwactiviteit door bleef gaan, waarbij het leger en de mijnpolitie tegen betaling een oogje dichtkneep. Dit motiveerde het leger echter om mijnbouwapparatuur in beslag te nemen en tegen betalen weer te retourneren. Zij vergaarden een machtspositie waarvan het risico bestond dat zij deze na de ban niet wilden opgeven.
Doordat mijnbouw veel mannelijke migrantenwerkers aantrekt die ver van hun familie zware arbeid komen verrichten, wordt in hun vrije tijd veel naar alcohol gegrepen. Nieuwe mijnbouwexploitaties zorgen vaak voor een verhoogd alcoholisme in een streek. Dit gaat hand in hand met toenemende prostitutie, geweld en racisme. Een context die weer aantrekkelijk is voor drugsdealers.
De vele Brazilianen die in Surinaamse goudmijnen werken trekken veel sekswerkers uit Parimaribo en de kust aan. Onderzoek in Parimaribo wees uit dat 21,1% van de vrouwelijkse sekswerker HIV positief is. Doordat in deze streek veel individuen naar goud zoeken, zijn zij vaak het slachtoffer van diefstal en geweld, waar al enkele doden bij zijn gevallen.
