DSC_0514

Onderdrukking en Criminalisering

Gemeenschappen die voor hun belangen opkomen als reactie op een vergrote kwetsbaarheid door de mijnbouw stuiten doorgaans op een sterke repressie.

Onder invloed van de mijn ontvangen lokale organisaties en hun leiders fysieke en mentale bedreigingen. Dit gaat gepaard met geweld, moord en verdwijningen. Mijnbouwbedrijven hebben vaak een gewapende privé ‘beveiliging’. Politie en leger kiezen doorgaans om financiële redenen de kant van de mijn en verzaken hierbij hun eigen bevolking te beschermen.

Boerenprotesten en volksbetogingen in Latijns-Amerika laten zich vaak kenmerken door escalaties. Vaak onderdrukken de overheden de publieke opinie ten gunste van een vrije werking voor buitenlandse multinationals en wordt het leger en de politie ingezet om het protest de kop in te slaan.

In 2011 raakte bekend dat het Britse bedrijf Monterrico Metals een publiek proces voor het Londense Hooggerechtshof wist af te wenden door een schadevergoeding te betalen. Drieëndertig Peruaanse families kregen op 21 juli een schadevergoeding betaald voor de misstanden van zes jaar eerder. Bij een boerenprotest tegen een mijnvestiging in Noord-Peru werden betogers gekidnapt en gedurende twee tot drie dagen mishandeld en geïntimideerd. Dit werd uitgevoerd door de Peruaanse politie die werd bijgestaan door het beveiligingsbedrijf van de mijn. Zij voorzagen de politie van touwen en zakken om de kidnapping te realiseren.

Deze gebeurtenis is kenmerkend voor de situatie rondom vele goudmijnen. Omdat de lokale bevolking voornamelijk slachtoffer is van de negatieve gevolgen van goudmijnbouw, komen zij in opstand. Ze kunnen doorgaans niet rekenen op hulp van de overheid, justitie en politie omdat er vaak sprake is van omkopingspraktijken. Hierdoor kunnen deze overheidsinstanties als marionetten bespeeld worden door de mijnbouwbedrijven. Lokale leiders die zich openbaar uitspreken zijn regelmatig slachtoffer van bedreigingen en fysiek geweld, uitgevoerd door het personeel van de mijn zelf of door mijnbouwvriendelijke politie of militaire eenheden.                  

Op 8 september 2010 voerde president Joseph Kabila in Congo een ban in op de artisanale mijnbouw, maar dit werd op 11 maart 2011 beëindigd. Alle activiteiten van artisanale mijnbouwers, handelaars en exportbureaus werden stopgezet. De bedoeling was om de sector te herorganiseren en de financiering van gewapende groepen aan te pakken. Dit resulteerde echter in een voortzetting van veel mijnbouwactiviteiten, waarbij het leger en de mijnpolitie tegen betaling een oogje dichtkneep. Dit motiveerde het leger bovendien om mijnbouwapparatuur in beslag te nemen en tegen betalen weer te retourneren. Zij vergaarden een machtspositie waarvan het risico bestond dat zij deze na de ban niet wilden opgeven.

Doordat mijnbouw veel mannelijke migrantenwerkers aantrekt die ver van hun familie zware arbeid komen verrichten, wordt in hun vrije tijd veel naar alcohol gegrepen. Nieuwe mijnbouwexploitaties zorgen vaak voor een verhoogd alcoholisme in een streek. Dit gaat hand in hand met toenemende prostitutie, geweld en racisme. Een context die weer aantrekkelijk is voor drugsdealers.

De vele Brazilianen die in Surinaamse goudmijnen werken trekken veel sekswerkers uit Parimaribo en de kust aan. Onderzoek in Parimaribo wees uit dat 21,1% van de vrouwelijkse sekswerker HIV positief is. Doordat in deze streek veel individuen naar goud zoeken, zijn zij vaak het slachtoffer van diefstal en geweld, waarbij al enkele doden bij zijn gevallen.