consulta

Consultatie

Volgens de International Labor Organization conventie nr. 169 moet de lokale inheemse bevolking geconsulteerd worden voordat een mijn haar intrede doet. Verder moeten zij kunnen delen in de opbrengsten van de mijnbouwprojecten.

Dit gebeurt haast nooit, vaak heeft de lokale bevolking geen stem in dit proces en is ze onvoldoende op de hoogte van de komst van een mijn. De belangrijkste punten zijn:

  • Inheemse groepen moeten worden geconsulteerd over zaken die hun beïnvloeden.
  • Zij moeten ongehinderd participeren in beleids- en ontwikkelingsprocessen die hun beïnvloeden.
  • Zij zullen ongehinderd mee participeren op elk niveau van de formulering, implementering en evaluatie van de maatregelen en programma’s die hen beïnvloeden.
  • Consultaties moeten verlopen via gepaste procedures in goed vertrouwen en door de vertegenwoordigende instituten van de gemeenschappen.
  • De consultaties moeten met de representatieve vertegenwoordigers ontwikkeld worden, gebeurt dit niet zijn ze volgens de eisen van de conventie ongeldig.
  • Inheemse gemeenschappen mogen zelf beslissen wat hun eigen prioriteiten voor ontwikkeling zijn aangezien het hun leven, geloof, instituten en spiritueel welzijn bepaald. Daarmee hebben zij controle over hun economische, sociale en culturele ontwikkeling.

Lokale gemeenschappen hebben het recht om tijdig geïnformeerd te worden over de intrede van een mijnbouwoperatie. Hierbij moeten ze inspraak krijgen bij het vormen van de voorwaarden over de economische, sociale en milieu-impact. Net zoals bij alle fases van de mijnbouwexploitering en de nazorg hiervan.

Dit alles is niet het geval in Guatemala. In vergelijking met andere landen is mijnbouw een relatief nieuwe exploitatievorm in Guatemala. Na het theoretische einde van de burgeroorlog in 1996, wilde de staat snel buitenlandse investeerders aantrekken. Montana mining –een dochteronderneming van Goldcorp- profiteerde hiervan en beweert de bevolking in de regio San Marcos geconsulteerd te hebben. Er is geen enkele organisatie die documentatie hiervan heeft en bij de lokale bevolking is er niemand die ooit informatie over de –toen nog aankomende- mijnbouwreus heeft gezien of gehoord. Ondanks dat Guatemala de ILO. 169 heeft erkend, zijn de inheemse gemeenschappen rondom de huidige Marlin Mina nooit geconsulteerd. De mijn heeft haar intrede genomen met alle gevolgen van dien.

Een stuk meer in het zuiden ligt Esquel, een stad van 30000 inwoners in het Noordwestelijke gedeelte van Argentinië nabij Patagonië. Esquel is omgeven door een groot meer omgeven door bergen waarin zich goudertsen bevinden. Dit vormt dus een zeer interessante site voor mijnbouwbedrijven. Het mijnbouwbedrijf vestigde zich in het begin van dit millennium in dit gebied en begon direct met exploiteren. De lokale bevolking ging zich  informeren bij andere gemeenschappen die getroffen waren door dezelfde problematiek over de mogelijke impact van de mijn op hun territorium. Men ontdekte dat dit desastreuze gevolgen voor hun ecosysteem zou meebrengen. Ook het schaarse grondwater kwam in gevaar. Dit water, dat absoluut noodzakelijk is voor de oogst, raakt vervuild waardoor de toegang hiertoe kritiek wordt. Het protest van de lokale bevolking nam toe en nam steeds grotere proporties aan. In 2003 organiseerde de lokale  bevolking een referendum: ‘Minería en Esquel?  Si or No’. Meer dan 80 procent stemde ‘No’. Het mijnbouwbedrijf stapte naar het gerecht om alsnog met zijn plannen door te gaan. In 2006 kregen ze een definitief negatief advies en vertrokken. Een grote overwinning voor de lokale bevolking.

Op dit moment komt de helft van het nieuw ontgonnen goud uit inheems gebied. Mijnbouwmultinationals falen vaak opzettelijk in het naleven van de consultatieverplichtingen. Inheemse gemeenschappen zijn vaak niet op de hoogte van hun rechten en kunnen in hun lokale taal vaak ook niet in de gangbare juridische taal van hun land communiceren. Sommige mijnbouwregio’s zijn hier wel met een inhaalslag bezig. Het lijkt er echter op dat mijnbouwmultinationals vaak doelbewust inheemse streken opzoeken omdat zij rekenen op weinig weerstand. In ieder geval tot zij definitief gevestigd zijn.