DSC_6253

Water

Water is een belangrijk element bij de mijnbouwactiviteit. Een Marlin mijn gebruikt op 1 uur tijd de hoeveelheid water die een Guatemalteekse boerenfamilie in 22 jaar verbruikt. Het water wordt gebruikt voor het spoelen van ertsen en de koeling van zware machines. De gevolgen voor het landbouwwater en drinkwater zijn op te delen in: Oppervlakte en- grondwatervervuiling, waterschaarste, uitdroging en verzilting.

Een goudmijn gebruikt een hoeveelheid aan water dat kan oplopen tot 10.000 liter per ontgonnen gram zuiver goud. Goudmijnbouw is hiermee de meest waterverbruikende mijnbouwvariant. In gebieden waar al reeds een waterschaarste bestaat, is de mijnbouw de oorzaak van een daling van het grondwaterpijl met verdroging en verzilting van het gebied tot gevolg. Waterschaarste is een vaak voorkomend gevolg van mijnbouw. Dit bemoeilijkt de toegang tot een van de eerste levensbehoeften van de lokale bevolking. Verdroging treedt éénvoudig weg op doordat er niet voldoende water wordt aangevoerd aan de gronden. De gewassen kunnen hierdoor niet groeien. Bodemverzilting is het verschijnsel dat de bodem in de loop der tijd zouter wordt doordat de aanvoer van zout groter is dan de afvoer ervan. Waar vroeger voldoende water aanwezig was, om het zout weer mee te spoelen, blijft het nu achter op de landbouw-en veegronden. Met desastreuze gevolgen voor de landbouwproductie.

Het water waar lokale gemeenschappen zo afhankelijk van zijn, wordt dermate aangetast dat de gezondheid van de lokale bevolking in het gedrang komt. Het grondwater van landbouwgebieden wordt aangetast, waardoor er gif komt in de oogsten van de landbouwers. Hierdoor kunnen de inwoners van de rurale gebieden (die veelal afhankelijk van de landbouw zijn) in mindere mate voor hun eigen levensonderhoud zorgen. Verder wordt in veel rurale gemeenschappen het grondwater nog gebruikt om te koken, drinken, wassen en zich mee te baden.. Studies tonen aan dat door het vergiftigde grondwater klachten zoals kanker, huidaandoeningen en aangeboren afwijken vaker voorkomen en in relatie met de mijnbouwontginning staan. De aantasting van natuurlijke hulpbronnen zorgt voor een stijgende kwetsbaarheid van de inwoners van omringende gemeenschappen en een vernieling van het ecosysteem. Ook bij andere mijnbouwmethoden,  komen er toch chemicaliën en zware metalen in het grondwater in een omtrek van enkele kilometers terecht.

De verhalen over lekkende opvangmeren en dammen die het afvalwater van de mijn uit de vrij omloop moeten houden zijn talrijk. Dit soort berichten komen echter niet alleen uit ontwikkelingsgebieden. In 2000 lekte de tailingsdam van de Baia Mare goudmijn in Roemenie meer dan 100.000 ton afvalwater met cyanide en zware metalen in de Tisza rivier. Hierbij werd de drinkwatervoorraad van 2,5 miljoen mensen ernstig vervuild en werd 80% van het aanwezige leven in de rivier uitgeroeid. De cyanidewolk die ontstond legde zo’n 1500 kilometer af.