Kori Chaca

Bolivia

De Kori Chaca mijn bevindt zich in stedelijk gebied, waardoor het al van bij het begin een illegaal project is. Daarnaast is het overmatige watergebruik bij de ontginning en het risico op vervuiling enorm problematisch.

De stad Oruro telt ruim 200.000 inwoners en heeft naar schatting nog maar voor 10 tot 30 jaar drinkwater in voorraad. Naast de lokale bevolking bedreigt de mijn ook het behoud van de fauna en flora van de streek. De Kori Chaca bevindt zich in een endoreïsch stroombekken, waardoor het oppervlakte- en grondwater, en dus ook de materialen die in het water terecht komen, geen uitweg vinden naar de zee. De vervuiling verspreidt zich dus via de Desaguadero rivier tot het Uru Uru en Poopó meer. Beide meren zijn internationaal beschermd gebied en zijn opgenomen in de Ramsar-conventie met betrekking tot drasland en watervogels zoals de Andes- en de Chileense flamingo.

Jaarlijks verbruikt de mijn 684000 m³ water. Daarvan wordt dagelijks 1800 m³ zoet water gebruikt om de cyanideoplossing te maken. Om in deze gigantische waternood te voorzien heeft het bedrijf verschillende waterreservoirs aangelegd, waarvoor de Desaguadero rivier moest worden omgeleid. Het gebruik van cyanide is eveneens problematisch. Sinds het begin van de exploitatie werd naar schatting ruim 4600 ton cyanide verbruikt. Bovendien werden  in de afgelopen jaren talrijke milieu incidenten gemeld, waaronder een olie- en cyanidelek. Naast water en cyanide vormt verzilting een steeds acutere bedreiging voor het milieu. De regio wordt gekenmerkt door een natuurlijke graad van verzilting, maar er blijkt een rechtstreeks verband te bestaan tussen de aanwezigheid van de mijn en een verhoging van de verzilting van de omgeving.

Het project werd opgestart zonder raadpleging van de stadsbewoners. Dat de goudexploitatie enorme risico’s voor mens en milieu inhoudt, is echter duidelijk en leidt dan ook tot verontwaardigde reacties en harde aanklachten. De 80 boerengemeenschappen die door de mijnbouwbedrijven in de streek getroffen worden, hebben zich verenigd in de CORIDUP en worden sinds 2006 ondersteund door CEPA,  partner van Catapa in Oruro. CEPA en CORIDUP organiseren gezamenlijke acties om zware milieuproblemen in het stroombekken aan te pakken en het unieke ecosysteem van de Altiplano te behouden.

In 2005 startte de Amerikaanse goudreus Newmont Mining via haar dochterbedrijf Empresa Minera Inti Raymi S.A. (EMIRSA) de exploitatie van de Kori Chaca goudmijn op 5 km ten westen van de stad Oruro. Dit was voor Newmont en EMIRSA hun tweede goudproject, na de jarenlange goudwinning in de Kori Kollo mijn ten noordwesten van Oruro. Tot in juli 2009 werd de Kori Chaca beheerd door een joint venture tussen het Amerikaanse Newmont Mining Corporation (88 %) en de Companía Procesadora de Minerales S.A. (“CPM”, 12 %). In 2009 verkocht Newmont haar aandelen en kwam EMIRSA voor 100 % in handen van het Boliviaanse privébedrijf CPM. De mijn ligt op 3700 meter hoogte en staat via het stroombekken van de Desaguadero rivier in verbinding met het Uru Uru en Poopó meer. In het stroombekken zijn zo’n 300 grote en kleine mijnen actief.

Het gaat om een open pit goudmijn waar enkel oxidenertsen worden ontgonnen. Tijdens de Kori Chaca mijnoperatie werd een pit gevormd van 76 m diep. Het instromende grondwater wordt opgepompt en naar drie evaporatie- en infiltratielagunes gevoerd. Per dag wordt hier 15 tot 20.000 ton mineraal verwerkt. Het verwerkingsproces vergt het gebruik van een waaier aan materialen, zoals natriumcyanide en natriumhydroxide, kalk, zoutzuur, actieve kool, diesel en uiteraard water. Bovendien leverde het delven van in totaal 26,3 miljoen ton ertsen grote hoeveelheden afval op.