De Kori Chaca mijn is nu officieel een Boliviaanse mijn, maar dat is niet altijd zo geweest. Tot 2009 was het mijnbedrijf Inti Raymi S.A. nog voor 88% in handen van het internationale ‘Newmont Mining Company’ uit de Verenigde Staten. In dat jaar verkocht deze Amerikaanse mijngigant al zijn aandelen in het bedrijf Inti Raymi S.A. aan het 100% Boliviaanse bedrijf ‘Compañia Procesadora de Minerales’ (CPM). Officieel, want er zijn aanwijzingen dat Newmont Mining nog steeds banden heeft met Inti Raymi, en er op die manier nog controle op uitoefent. Zo wordt CPM bijvoorbeeld geleid door de heer José Mercado, die altijd een belangrijke partner is geweest van Newmont Mining in Bolivië, en is er nog bijna wekelijks bezoek van werknemers van het Amerikaanse bedrijf aan de Kori Chaca mijn en omgekeerd.
Wat bij deze mijn nog het meest van al in het oog springt is zijn ligging : de mijn ligt binnen een perimeter van minder dan 5 kilometer van het stadscentrum van Oruro, wat volgens de huidige mijnwet in Bolivië zelfs ronduit verboden is. In die mijnwet is immers beschreven dat de directe invloed van een mijnbedrijf vijf kilometer ver rijkt. Uit diverse studies blijkt dat de onrechtsreekse vervuiling van de mijnouw nog veel verder rijkt, maar zelfs al trekken we een denkbeeldige cirkel van ‘slechts’ 5 kilometer diameter van aan de put van de Kori Chaca mijn, dan nog komen we pal terecht op het centrale plein van Oruro. Deze mijn ligt met andere woorden midden in verstedelijkt gebied, en heeft dus onoverkomelijk een schadelijke impact op een volledige stad! En toch is dit project in 2001 goedgekeurd door de Boliviaanse regering… .
Maar deze goudmijn heeft niet enkel een negatieve invloed op de stad Oruro. Ruimer gezien ligt de mijn in het stroombekken van de Desaguadero-rivier, die het Titicacameer verbindt met het Uru Uru-meer en het Poopó-meer. Nog specifieker is de mijn gelegen in het subbekken van de Tajaritarivier, een kleine zijstroom van de Desaguadero die rechtstreeks uitmondt in het nabij gelegen Uru Uru-meer en via dit meer ook in het grotere Poopó-meer. Dit gebied was al zo vervuild dat het in 2009 als eerste gebied in Bolivië officieel werd bestempeld als ‘ecologisch rampgebied’. En nóg gaat de vervuiling hier ongestoord zijn gangetje.
De Kori Chaca mijn is een Open-Pit mijn wat wil zeggen dat er een diepe put wordt gegraven om de mineralen te ontginnen. Deze vorm van mijnbouw heeft een grote impact op het milieu omwille van twee redenen. Enerzijds wordt er op die manier heel veel ‘nutteloos’ materiaal opgegraven dat veel oxidanten (zoals pyriet) en sulfieten bevat. Pyriet of ijzersulfiet in contact met (regen)water en lucht (zuurstof) zorgt voor een schadelijk proces waarbij een zuur wordt gevormd dat de zware metalen die nog aanwezig zijn in het mijnafval in oplossing brengt waardoor deze rechtstreeks in het milieu terechtkomen. Dit proces wordt ‘Acid Mine Drainage’ genoemd. Om dit te vermijden zou het ‘afval’ volgens het bedrijf worden ingekapseld, maar dat is tot op heden nog steeds niet gebeurd. Ten tweede stroomt er bij dit soort mijnbouw heel wat grondwater in de mijnput. Om deze put droog te houden wordt dit water continu weggepompt naar evaporatielagunes waar het verdampt. Op die manier worden natuur en mens (op termijn) een groot deel van ‘hun’ water ontnomen.
Om het goud te ontginnen wordt in deze mijn de ‘Heap Leaching’ techniek gebruikt. Per dag wordt hier met deze techniek zo’n 15.000 a 20.000 ton mineralen verwerkt. De ertsen worden eerst fijngemalen tot een afmeting van minder dan 20 mm. Dit fijngemalen materiaal wordt dan uitgespreid op een waterdicht uitloogplatform, en vervolgens besprenkeld met een oplossing van natriumcyanide (NaCN), die ervoor zorgt dat het aanwezige goud in oplossing gaat. Om die cyanide-oplossing te maken wordt dagelijks zo’n 1800 m3 water gebruikt. Water dat in deze streek al schaars is, en dat in het droogseizoen via een omleidingskanaal rechtstreeks uit de Desaguadero rivier wordt gehaald met alle gevolgen voor het milieu en de (drink)watervoorziening in de streek.
Inti Raymi beweert en belooft steeds met deze mijn meer oog te hebben voor de negatieve gevolgen van de mijnbouw voor het milieu. Door wat we voorlopig zien hebben we hier terecht niet veel vertrouwen in. Aan ons om er samen met onze partners CEPA en CORIDUP door constante druk voor te zorgen dat de beloftes ook effectief worden waargemaakt.
